Tweede Kamer stemt in met nieuwe faillissementswet

Door 27 mei 2020Algemeen

De Tweede Kamer heeft dinsdag na jaren voorbereiding de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) met algemene stemmen aangenomen. De WHOA is bedoeld voor ondernemingen die op zichzelf rendabel zijn, maar door een te zware schuldenlast of te hoge structurele kosten een sanering van schulden en verplichtingen nodig hebben om te voorkomen dat zij in surseance van betaling of faillissement komen.

Dwangakkoord buiten faillissement

Voor die situatie maakt het voorstel het mogelijk dat de rechtbank een akkoord over het herstructureren en saneren van schulden goedkeurt. Door de goedkeuring worden alle schuldeisers en aandeelhouders van de onderneming gebonden aan de inhoud van het akkoord, ook degenen die tegen hebben gestemd. Vorderingen en andere rechten van werknemers op grond van arbeidsovereenkomst blijven van rechtswege buiten het akkoord. In Nederland ontbreekt momenteel een wettelijke regeling voor een dwangakkoord buiten faillissement. Aan de WHOA werd al sinds 2013 gewerkt.

Tot spoed gemaand

Een groep insolventiejuristen riep de politiek in maart nog in een open brief op om de vertraagde WHOA alsnog zo spoedig mogelijk in werking te laten treden. De Tweede Kamer besloot eerder vanwege de corona-uitbraak tot uitstel, maar door de economische gevolgen van het coronavirus is invoering van de WHOA volgens de juristen juist extra urgent. Ondanks alle steunmaatregelen van de overheid zullen tal van ondernemingen in financiële moeilijkheden komen, schreven de juristen. ‘Het is van groot belang om faillissementen waar mogelijk te voorkomen. Dat kan door het aanbieden van een onderhands akkoord. Nu vereist dat nog instemming van alle betrokken crediteuren. Dat is onwenselijk, omdat een dwarsligger een akkoord waarmee de meerderheid van de crediteuren instemt kan blokkeren. Daarom is het noodzakelijk dat de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) zo spoedig mogelijk in werking treedt. Die wet maakt het mogelijk ook dwarsliggende crediteuren aan een akkoord te binden. Daardoor kan faillissement van in essentie gezonde ondernemingen met een te hoge schuldenlast worden voorkomen.’ Ook werkgeversorganisaties MKB-Nederland en VNO-NCW drongen aan op spoedige invoering.

Wijziging

ChristenUnie-Kamerlid Stieneke van der Graaf zette zich de afgelopen tijd in voor het beter beschermen van kleine schuldeisers in de WHOA. Daarbij gaat het vaak om MKB-leveranciers van grote bedrijven. Van der Graaf, Michiel van Nispen (SP) en Henk Nijboer (PvdA) waren kritisch over het wetsvoorstel, maar minister Dekker voor Rechtsbescherming liet tijdens de behandeling in de Kamer al weten niet van plan te zijn om veel aan te passen. Wel wisten de drie dinsdag te bedingen dat kleine schuldeisers in beginsel 20% van hun claim terugzien. Als dat er niet in zit, moet de schuldenaar duidelijk uitleggen waarom. Ook kunnen financiers die een onderpand hebben niet langer eisen dat ze de faillissementswaarde van hun vordering in contanten uitgekeerd krijgen, omdat dat het sluiten van een akkoord zou bemoeilijken. Die waarde is meteen ook het maximumbedrag dat zekerheidsgerechtigen in een akkoord kunnen claimen.